Recentelijk deed het Hof van Justitie uitspraak over het onderscheidend vermogen van een wat ongebruikelijk merk dat afwijkt van wat normaal wordt aangevraagd (woordmerken en beeldmerken): een blauw/witte verpakking met een witte golf.

De consument kijkt in de regel vooral naar logo’s en woorden. Het is zeker niet gezegd dat een consument een product niet kan herkennen aan alleen de vorm, maar dan moet er wel sprake zijn van een vorm die afwijkt van wat gebruikelijk is. Kortom, vormmerken zijn uitzonderingen. Aan de andere kant geeft een dergelijk merk wel een wapen om op te kunnen treden tegen aanhakers. Vooral voor A-merken is dit belangrijk.

In het huidige geval was het merk aangevraagd door Storck, bekend van onder meer Merci en Werther’s Original. De Europese aanvraag was zowel in eerste instantie als in hoger beroep geweigerd, ondanks dat Storck zelfs een marktonderzoek had overlegd. Het Gerecht van Eerste Aanleg gaf Storck ongelijk (de kleuren zijn gebruikelijk en de gebruikte golf is dat ook). Voor Storck restte een laatste beroepsmogelijkheid: het Hof van Justitie. Deze instantie bekijkt of een wetsbepaling onjuist is toegepast (en kijkt verder niet naar de feitelijke toepassing).

Het Hof van Justitie ziet echter weinig fout in de argumentatie en geeft ook aan dat de toepassing van de wet een feitelijke beoordeling is waar het Hof zich dus niet over uitlaat. Ook de andere argumenten missen doel. Om die reden wordt het beroep afgewezen. Het blijft dus lastig om afwijkende merken te registreren zolang deze niet overduidelijk afwijken van wat in de markt normaal is.

Vorige bericht:

 

Volgende bericht: