Een aanvraag van het merk BRUGSE BEER maakte in bierland heel wat los: deze aanvraag kreeg niet een maar twee opposities te verduren. De eerste oppositie was ingediend op basis van het merk BRUGS van de Brouwerij Alken-Maes. De tweede was ingediend door het biermerk Brugse Zot van brouwerij De Halve Maan.

Bij biermerken komt het geregeld voor dat de geografische herkomst een prominent onderdeel vormt van het merk, denk aan Hoegaarden, Apeldoorns Tripel en Gulpener Pilsner. De vraag is in hoeverre iemand de plaatsnaam via het merkenrecht kan claimen. In geval van Brugge, kunnen de brouwers Brugs en Brugse monopoliseren?

Nee, zegt het Benelux bureau. “De aanduiding ‘Brugse’ in het ingeroepen merk is beschrijvend voor de onderhavige waren, die betrekking hebben op bier, omdat deze de (geografische) herkomst van de waren aanduidt, te weten dat het bier is gebrouwen in (de omgeving) van de stad Brugge.” De consument zal over het algemeen een beschrijvend element niet onderscheidend vinden in de totaalindruk van het merk. Met andere woorden, BRUGSE zal niet in het hoofd van de consument blijven zitten, maar ZOT en BEER wel. De oppositie op grind van Brugse Zot wordt afgewezen.

Hetzelfde geldt voor het woord BRUGS. Dit is in die zin pijnlijk voor deze brouwerij omdat niet alleen deze oppositie verloren gaat, maar het Bureau ook stelt ook dat BRUGS beschrijvend is. De waarde van het woordmerk BRUGS is door deze oppositie verdampt. Bezint eer je begint is dan ook een toepasselijk spreekwoord.

Tot slot merkt de merkeninstantie een leuk weetje op namelijk dat de Brugse Beer, volgens een legende over de stad Brugge, de oudste inwoner van Brugge is.