Een recente Europese oppositie vond plaats tussen Dona Lola en Lalola. Lalola was ingediend als een logo: het merk bestond uit lalola in een bepaald lettertype geplaatst in de rode hoed van een dame, waarschijnlijk Lola.

Het is vaste rechtspraak dat consumenten bij logo’s vooral kijken naar de woorden, als die aanwezig zijn in een logo. Consumenten zoeken herkenning en ook al zijn er onderscheidende figuratieve elementen aanwezig, net zoals in dit geval, een woord speelt een dominante rol in de herkenning. Zoals hier lalola dominant is. Een uitzondering op deze rechtspraak is een beeldmerk met beschrijvende woorden, deze woorden worden niet als merk opgevat omdat zij een kwaliteit, eigenschap etc. aanduiden.

Het woord Lalola is dus dominant en aangezien Lola ook terugkomt in Dona Lola waarbij Dona vooral iets zegt over Lola, is er een visuele gelijkenis. Ook een auditieve overeenstemming is aanwezig vindt de merkeninstantie. Aangezien beide merken voor dranken zijn ingediend, is dit extra relevant: dit soort producten worden vaak in lawaaiige barren besteld.

De slotsom is dat verwarring kan optreden en er om die reden een basis de inschrijving van het merk Lalola te af te wijzen.

 

Vorige bericht:

 

Volgende bericht: