Het is een vaste regel in merkenrechtelijke kwesties dat de consument focust op woorden in een merk. Woorden, behoudens hele beschrijvende woorden, zijn dan ook vaak het dominante onderdeel van merken.

Als er sprake is van een beeldmerk, heeft het dan zin om dit beeldmerk vast te leggen als het woord toch dominant is? Ja, meestal zijn er namelijk grafische elementen die, naast het woord, onderscheidend zijn. Dit kan bijvoorbeeld een kleur zijn, lettertype, afzonderlijk grafisch element etc. Juist in de merkenrechtelijke gevallen waarbij de woorden maar gematigd overeenstemmend zijn, kan een overeenstemming in de grafische elementen doorslaggevend zijn.

Een recent voorbeeld. H&M bond de strijd aan tegen de merkaanvraag H&C. Dit niet op basis van haar woordmerk H&M maar op basis van haar beeldmerk. De woorden H&M en H&C zijn visueel niet direct overeenstemmend. Maar juist door de rode letters, het lettertype en de plaatsing van het &-teken vond het Europese merkenbureau de totaalindruk van de beeldmerken erg gelijkend. Hierbij speelde ook mee dat H&M een grotere beschermingsomvang van hun merk kon aantonen door het intensieve gebruik. Maar wij zijn ervan overtuigd dat ook zonder deze grotere beschermingsomvang de oppositie van H&M zou zijn gehonoreerd.

Dus als er sprake is van een woordmerk en een beeldmerk met onderscheidende grafische elementen, dan is het advies beide te registreren als merk.

 

 

H&M tegen H&C