Bij een merkaanvraag moet je aan veel dingen denken: welke merken moet je registreren, welke producten en diensten zijn nu en straks relevant. En wat zijn de toekomstplannen, want dit bepaalt mede de keuze voor registratie: eerst de Benelux of direct een Europese registratie?

De keuze voor de merkhouder is ook een cruciale: een werkmaatschappij kiezen als houder van merkrechten kent nadelen namelijk. Als deze werkmaatschappij, die in de regel meer risico’s loopt dan een holding, onverhoopt failliet gaat, dan vallen de merkrechten in de boedel en heeft de curator het voor het zeggen. Als de holding ongeschonden blijft, dan kan de holding de merkrechten verkopen of een doorstart maken. Los van een faillisement kan de holding licentievergoedingen vragen aan de werkmaatschappij, wat soms fiscale voordelen kan hebben. De merkrechten zo hoog mogelijk in een organisatie “stallen” is dus raadzaam.

Interessant is de discussie of een oude eigenaar wel een nieuwe kans mag hebben bij een doorstart. De Trouw heeft hier een artikel over geschreven. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat een werkmaatschappij expres failliet gaat om zo zich van een zware jas aan schulden te ontdoen. Dit ten nadele van de schuldeisers. In dit soort gevallen is er dan echter meer aan de hand, wat niet door de juridische beugel kan. Dit doet echter niet af aan de bedrijfsstrategie van een gezond bedrijf om zich te wapenen tegen een onverhoopt faillissement.

 

 

Vorige bericht: