Een woordmerk geeft de meest ruime bescherming op een woord. Een beeldmerk/logo beschermt een grafisch element ofwel de combinatie van een woord in een bepaalde schrijfwijze, eventueel aangevuld met een ander grafische element. Elk van deze merken heeft een functie en om die reden is het in de meeste gevallen aan te raden om zowel het woord als het beeld te beschermen. Alleen een woordmerk registreren beschermt immers niet de grafische elementen. Andersom, bij alleen een beeldmerk spelen de grafische elementen mee in de vergelijking van de merken bij een merkenkwestie, wat voor afstand kan zorgen tussen de merken.

Bij de vergelijking van merken in een conflict wordt de totaliteit van beide merken bekeken. Als zowel het woordmerk als het beeldmerk zijn geregistreerd, dan bekijken we altijd welk merk het meest lijkt op het aangetroffen bezwaarlijke merk. Bij een kwestie waarbij de woorden overeenstemmen zal in de meeste gevallen een beroep gedaan worden op het woordmerk. Maar niet altijd, want soms is een overeenstemmend grafisch element in beide merken net doorslaggevend.

Neem de oppositie over de Marshall-merken die bij het Europese merkenbureau speelde. Aan de ene kant heb je het merk Franklin and Marshall en aan de andere kant Thomas Marshall. Het Europese merkenbureau bekijkt de visuele, auditieve en conceptuele overeenstemming. En waar de auditieve overeenstemming mager is, is volgens deze instantie de visuele overeenstemming wel nadrukkelijk aanwezig. Dit komt door het overeenstemmende Marshall én door het overeensemmende grafische element. En zo wint Franklin and Marshall de oppositie. Met dank aan de registratie van het beeldmerk.

 

 

Marshall-merken conflict

Vorige bericht:

 

Volgende bericht: