Voor een interessante oppositiezaak reizen we deze week af naar Italië, waar Apple een oppositie heeft ingediend tegen het merk Pineapple.

Pineapple betekent “ananas”, apple betekent “appel”. En hoewel beide fruitnamen zijn, en onderdeel van een gezond dieet, zijn het wel twee totaal verschillende fruitsoorten. Met andere woorden, het conceptuele verschil tussen deze twee merken zou toch de visuele en auditieve overeenstemming (voor zover aanwezig) moeten neutraliseren?

Deze gedachtegang zou, in de Benelux bijvoorbeeld, zeker kloppen. Wij denken dat een oppositie van Apple tegen Pineapple in de Benelux niet succesvol zou zijn. Maar in Italië is de kennis van het Engels niet wijdverbreid. Het Italiaanse merkenbureau zegt hierover dat Apple nog wel enigszins op het Italiaanse woord “mela” lijkt, maar de betekenis van Pineapple is bij de Italianen niet bekend. Bovendien vindt het Italiaanse merkenbureau de merken wel lijken. Gelet op de grote bekendheid van Apple, zou de consument het merk Apple kunnen herkennen in Pineapple. En dus wordt de oppositie van Apple geaccepteerd.

Deze beslissing laat goed zien dat het merkenrecht weliswaar voor een deel is geharmoniseerd in de EU, maar dat het beoordelen van merkinbreuk in de meeste gevallen toch een lokale exercitie is. Taal en cultuur spelen hierbij een grote rol.

Volgende bericht: