Waar veel mensen vastigheid zoeken is het in de juridische wereld vaak zo dat alles afhangt van de omstandigheden van het geval. Vervelend, want als je een beslissing wilt nemen dan zoek je zekerheid.

De zaak van Prada illustreert dit mooi. Waar in onze vorige post Calvin Klein succesvol het merk CAIVENKELIN dwarsboomde, lukt het PRADA niet om PULADA tegen te houden als Europees merk. Saillant detail is dat het lettertype identiek is en dat PULADA de Chinese (fonetische) variant is van PRADA. Het mocht niet baten.

Het Europese merkenbureau vindt de merken, door de R en de UL, maar matig overeenstemmen. Het Europese merkenbureau ziet wel een gelijkenis in lettertype maar dit lettertype is een vrij banaal lettertype dat geen onderscheidend vermogen toevoegt aan het merk PRADA. Tenslotte is het Chinees geen officiële taal in de Europese Unie en kan hier geen rekening mee worden gehouden.

Het Europese merkenbureau bekijkt de merken in zijn geheel en komt tot de conclusie dat de merken voldoende afwijken. En zo haalt Prada bakzeil.

Wat is het verschil met Calvin Klein? De gelijkenis tussen de merken. Die was bij Calvin Klein overtuigender aanwezig. Dit had Prada kunnen compenseren met overtuigend bewijs van haar bekendheid, maar heeft dit nagelaten.