Wil een merk geaccepteerd worden door de merkeninstanties dan moet een merk onderscheidend zijn. Ook mag een merk niet in strijd zijn met de openbare orde. In de Benelux komt deze laatste grond niet zo vaak voor. Bij het Europese merkenbureau zijn ze echter niet zo gediend van bijv. scheldwoorden als merk en worden dit soort merken regelmatig afgewezen.

Soms kan een merk wel worden geregistreerd, maar is het de vraag of je dat als bedrijf of persoon wel moet willen. Sommige woorden of symbolen behoren tot de cultuur van een land en moeten juist vrij blijven van commercie en dus ook merkbescherming. Zo luidt de algemene opinie althans.

Een mooi recent voorbeeld hiervan is de IJslandse HÚ-kreet die wereldwijde bekendheid kreeg tijdens het vorige Europese kampioenschap. IJslandse supporters zongen luidkeels deze kreet en dit maakte veel indruk. Een persoon (uit IJsland), registreerde het woord HÚH als merk voor kleding in IJsland. Toen een kunstenaar t-shirts op de markt bracht met het woord HÚ maakte deze persoon bezwaar tegen deze t-shirts. Met als gevolg een grote publieke verontwaardiging. Want hoe kon zomaar een cultureel ingebed woord geregistreerd worden als merk?

Het is echter niet aan een merkenbureau om dit soort afwegingen te maken. Als een merk voldoet aan de eisen, dan moet het geaccepteerd worden. Het is aan de aanvrager zelf om de afweging te maken of dit wel zo handig is. In Nederland zou iedereen raar op kijken als de Elfstedentocht opeens een merk is voor verf. Voor een bedrijf is het alleszins prettig om zo in het nieuws te komen. De IJslander heeft inmiddels spijt betuigd.

Bron: Trademark Lawyer Magazine

Vorige bericht:

 

Volgende bericht: