Op 1 juni a.s. zal het Benelux Verdrag voor de Intellectuele Eigendom wijzigen. Deze wijzigingen leveren interessante nieuwe mogelijkheden op voor de merkhouder om direct bij het Benelux-Bureau en dus buiten de rechter om juridische acties te ondernemen.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. De gronden voor de huidige oppositieprocedure worden verruimd. Vanaf 1 juni is het ook mogelijk de bekendheid van een merk in te roepen in een oppositie op grond van “sub c”. Voor houders van bekende merken is dit dus goed nieuws..
  2. Naast de oppositieprocedure tegen aanvragen (die we al kennen), is het vanaf 1 juni ook mogelijk om tegen al geregistreerde merken op te treden door middel van een doorhalingsactie.
    De doorhaling kun je vorderen op basis vaneen ouder merkrecht. Ook kun je een merk vervallen laten verklaren wegens niet-gebruik. Tenslotte kun je de geldigheid van een merk betwisten als het merk niet onderscheidend of beschrijvend is. Begin 2019 zullen er nog extra gronden worden toegevoegd, waarvan de belangrijke de kwade trouw van een aanvrager is.
    .
    De procedure is vergelijkbaar met de oppositieprocedure en kent een periode waarin de indiener argumenten kan indienen, waarna de verweerder zijn of haar mening kan geven. Het Benelux-Bureau buigt zich tenslotte over de doorhalingsactie en neemt een beslissing..
  3. Er komt één beroepsorgaan voor een hoger beroep tegen beslissingen van het Benelux-Bureau, namelijk het Benelux-Gerechtshof. Hiermee komt een einde aan de mogelijkheid om te kiezen tussen de beroepshoven in Nederland, België en Luxemburg.

Begin 2019 zullen er nog extra gronden worden toegevoegd, waarvan de belangrijkste de kwade trouw van een aanvrager is.

Uiteraard nemen wij deze nieuwe mogelijkheden mee in onze adviezen in merkenrechtelijke kwesties. Als je vragen hebt, neem dan contact met ons op.